home/news chat photolog sitemap

Aspecten en dierenriemtekens

door Ingmar de Boer
verschenen in Urania jg. 92 nr. 1 (jan. 1998)

 
Dit artikel vergelijkt twee opvattingen over aspecten die beiden de betekenis van de aspecten afleiden uit de tekens van de dierenriem. Deze twee opvattingen hebben als uitgangspunt twee stellingen die hier aan het begin worden weergegeven. Zelf ben ik van mening dat de ideale theorie voor de aspecten een heel andere basis zou moeten hebben. Daarbij zouden de aspecten niet van de twaalf tekens moeten worden afgeleid. Een dergelijke betere theorie is naar mijn idee tot op heden nog niet voldoende uitgewerkt.

Stelling 1: Als we de dierenriem zien als twaalf fasen in een proces en als dit proces model staat voor alle processen die in het universum bestaan, dan moet het mogelijk zijn de twaalf aspecten te vergelijken met de twaalf tekens van de dierenriem, immers de twaalf aspecten kunnen worden gezien als gebaseerd op de twaalf hoofdmomenten van een proces dat eveneens uit twaalf fasen bestaat.

Zo'n vergelijking is mijns inziens goed mogelijk. Stelling 1 mag echter niet worden gereduceerd tot de volgende.

Stelling 2: De betekenis van de twaalf aspecten kan rechtstreeks worden afgeleid uit de betekenis van de corresponderende tekens van de dierenriem.

Aspecten

De vergelijking die gemaakt kan worden tussen de tekens en de aspecten bestaat namelijk hierin, dat de verhouding tussen bijvoorbeeld de tekens Ram en Leeuw dezelfde is als die tussen twee planeten die een uitgaande driehoek met elkaar maken. De verhouding tussen deze planeten noemen we een uitgaande driehoek aspect. Een aspect is op die manier gedefinieerd als een bepaalde hoekverhouding tussen twee horoscoopfactoren.

Tekens

Dezelfde verhouding als tussen Ram en Leeuw, bestaat ook tussen Stier en Maagd, en verder tussen alle tekens die een uitgaande driehoek met elkaar maken. Het teken Leeuw is niet alleen een uitdrukking van zijn verhouding met het teken Ram maar ook van zijn verhoudingen tot alle andere tekens. Dit samenstel van verhoudingen noemen we als geheel de wet van twaalf. De wet van twaalf is dus gedefinieerd als een bepaald samenstel van verhoudingen. Het teken Leeuw is binnen de wet van twaalf gedefinieerd als dat teken dat zich op een zekere manier verhoudt tot Ram, tot Stier, tot Kreeft etc.

Leeuw-aspect

Het uitgaande driehoek aspect is maar een van de verhoudingen waardoor het teken Leeuw wordt gedefinieerd. Als we de betekenis van de aspecten willen afleiden uit de betekenis van de tekens lopen we daarom het gevaar dat we meer in de aspecten leggen dan gerechtvaardigd is. De betekenis van de tekens is in dit opzicht specifieker dan die van de aspecten. Daarom is het in beginsel onjuist om de uitgaande driehoek bijvoorbeeld zomaar een Leeuw-aspect te noemen.

Het soepmodel

Een ongewenst gevolg daarvan zou kunnen zijn dat de astroloog over een geborene met heel veel uitgaande driehoek aspecten in zijn horoscoop zou kunnen zeggen: hij is dan wel een Waterman, maar hij heeft zoveel Leeuw-aspecten dat hij eigenlijk meer een Leeuw is. Dit benadert het zogenaamde soepmodel van de mens. Dit model houdt in dat het karakter van de mens wordt beschouwd als een mengsel (soep) van factoren die onderling misschien wel verschillen maar allemaal uiteindelijk toch tot precies hetzelfde gedrag kunnen leiden. De structuur van de persoonlijkheid die achter dat gedrag zit wordt daarbij niet in beschouwing genomen. Met dit model kan dan ook slechts een vaag beeld van het gedrag worden gevormd. De achterliggende motieven van gedrag kunnen hiermee niet worden bepaald waardoor inzicht in de persoonlijkheid van de geborene met behulp van een dergelijk model niet kan worden verkregen.

Wet van twaalf

Als tussen de aspecten onderling precies dezelfde verhoudingen zouden bestaan als tussen de tekens van de dierenriem onderling zou ons probleem opgelost zijn. Dan zouden we de wet van twaalf zonder meer kunnen toepassen op de aspecten. Nota bene: we moeten hierbij dus kijken naar verhoudingen die bestaan tussen de aspecten, die zelf weer verhoudingen zijn tussen horoscoopfactoren. Als we een voorbeeld nemen aan de kruisverhoudingen binnen de dierenriem, dan zien we direct dat deze verhoudingen niet voorkomen tussen de aspecten onderling. Een kruis zou dan gevormd worden door bijvoorbeeld het uitgaande sextiel, de uitgaande inconjunct, de ingaande driehoek en het ingaande semisextiel, overeenkomend met het beweeglijke kruis in de dierenriem. Tussen deze aspecten bestaat geen enkele bruikbare relatie. Hiermee is voldoende aangetoond dat toepassing van de wet van twaalf op de aspecten zonder meer niet juist is.

Thierens

Is het dan onmogelijk om op een degelijke manier tot de betekenis van de aspecten te komen? Nee, dat is niet onmogelijk. Dat kan bijvoorbeeld op de manier die A.E. Thierens al in 1911 in zijn "Elementen der praktische astrologie" aangeeft. [1] Sinds Thierens' tijd is de astrologie uiteraard sterk veranderd en niet alles wat hij schrijft is nu nog van toepassing. We kunnen echter gerust aannemen dat de redeneringen die Thierens hanteert in het het aangehaalde werk dateert uit 1911 nog steeds gelden. Hij noemde de astrologie een "levensleer der redelijkheid" en past zonder schroom het verstand toe op een gebied dat ook nu nog vaak wordt gekenmerkt door de meest ongebreidelde vormen van associatief denken en fuzzy logic. Thierens grijpt daarbij onder meer terug op de Franse Hermetici uit de vorige eeuw die het principe van analogie als het verklarende principe in het universum zien. Ook de theosofie, die als uitgangspunt dient voor zijn wereld- en mensbeeld en die een aantal stevige wortels heeft in het Neoplatonisme, is gebaseerd op redenering door analogie.

Verhoudingen

Omdat de aspecten verhoudingen zijn die ook tussen de tekens onderling gelden, kunnen we de aspecten wel degelijk van de tekens afleiden. Daarbij zeggen mogen we niet zeggen dat de uitgaande driehoek een Leeuw-aspect is, maar wel dat de verhouding tussen Ram en Leeuw die van een uitgaande driehoek is. Thierens beschrijft de aspecten als fasen in een twaalfvoudig proces, waarbij de opeenvolgingsrelatie van de tekens in het bijzonder ter sprake komt. De uitgaande conjunctie beschrijft hij als de aanvang van dit proces. Vergelijken we dit met het dierenriemteken Ram, dan zien we dat het teken Ram niet zelf de aanvang van een proces is. We kunnen zeggen dat een proces bij de Ram fase zijn aanvang neemt. Of dat Ram de hoedanigheid is die bij het aanvangen te pas komt. Het teken is een hoedanigheid, een wijze waarop iets kan gebeuren. Maar het teken Ram is niet de aanvang van het proces als zodanig. De verhouding tussen Ram en zichzelf echter, gezien binnen de context van het proces, is er een van aanvang, of van nog niet gebeuren. Dit is verschillend van de betekenis van het teken Ram die juist vol activiteit en initiatief is. Op deze manier kunnen alle aspecten worden afgeleid uit de verhoudingen tussen de tekens. Daarbij blijkt dan ook dat er grote verschillen zijn tussen duiding van de tekens en de aspecten. Hieronder volgt een tabelletje met een aantal voorbeelden. De afleiding ook voor de andere tekens te maken laat ik graag over aan wie daarvoor het enthousiasme kan opbrengen. De aspecten zijn bij Thierens dus niet qua betekenis identiek met de dierenriem, maar wel door middel van analoog redeneren daarvan afgeleid.

Aspect Opvatting 1 (zoals Thierens) Opvatting 2
Uitgaande conjunctie De verhouding Ram-Ram staat voor potentiele actie, dus voor ongedifferentieerd vermogen. Dit is een Ram-aspect, dus staat voor activiteit, daadkracht, initiatief, spontaniteit enz.
Uitgaande driehoek De verhouding Ram-Leeuw staat voor een harmonische wijze van samenwerken van kracht en weerstand. Een resultaatgerichte actie, prestaties in een juiste ver­houding met de omstandigheden. Dit is een Leeuw-aspect dus geeft trots, royaliteit, ijdelheid enz.
Ingaande conjunctie De verhouding Ram-Ram staat weer voor potentiele actie, dus voor ongedifferentieerd vermogen. Dit is een Ram-aspect, dus staat weer voor activiteit, daadkracht, initiatief, spontaniteit enz.

Helaas tegen is tegen deze manier van beschrijven van de aspecten ook een bezwaar aan te voeren. Als de aspecten afgeleid worden van slechts twaalf fasen, waar blijven we dan met de aspecten zoals bijvoorbeeld het quintiel of het vigintiel, die niets met de twaalfdeling van de cirkel te maken hebben? Moeten we om hier de betekenis voor af te leiden weer nieuwe regels in het leven roepen? Zo blijven er nog een paar mooie vragen over om te beantwoorden op een volgende regenachtige juliavond.

Noot

1. A.E. Thierens, "Cosmologie, Elementen der practische astrologie", Luctor et Emergo, 's-Gravenhage, 1911

Naschrift

Een theoretische onderbouwing van de astrologische aspecten zou tenminste antwoord moeten geven op de volgende vragen.

1. Wat betekent het precies als twee planeten een aspect maken? Hoe verschilt iemand die een aspect in zijn horoscoop heeft van iemand die dat aspect niet in zijn horoscoop heeft?

2. Wat is de symbolische betekenis van de aspecten en wat is precies hun onderlinge samenhang?

3. Waarom werken de harmonische aspecten harmonisch, en waarom de disharmonische disharmonisch en wat betekent dat precies?

4. Waarom is er verschil tussen ingaande en uitgaande varianten van een type aspect en waarin bestaat dit verschil precies?

5. Waarom werken sommige aspecten sterker dan andere, en waarom is er een verdeling in mineure en majeure aspecten?

6. Hoe is het mogelijk dat een schijnbaar oneindig aantal typen aspecten lijken te bestaan die allemaal een specifieke werking hebben?

Bekijk de website van de Werkgemeenschap van Astrologen.

© 2008-2010 - Ingmar de Boer - Updated: 09/20/09