Verwondering

From Ingmar de Boer
Jump to: navigation, search

Momenten van verwondering

Eerder verschenen in Urania, jaargang 97 nr. 4 (oktober 2003)

In de periode waarin ik kennis maakte met de astrologie was ik intensief bezig met het uitvinden hoe de wereld om mij heen in elkaar zat. Daarbij hoorde een wereldbeeld dat vooral werd bepaald door wetenschappelijke, of beter gezegd pre-wetenschappelijke, nieuwsgierigheid. Zo deed ik in mijn tienerkamer scheikundige proeven, bestudeerde eencellige diertjes met de microscoop, en berekende de banen van kometen met een zelfgemaakte rekenlineaal, kortom: ik was een beetje een nerd avant la lettre. Hetzelfde soort nieuwsgierigheid leidde ertoe dat ik op zeker moment de astrologie tegenkwam, en wel in mijn vaders boekenkast, in de vorm van Else Parkers Astrologie en haar praktische toepassing.

Voor zover ik me nu kan herinneren, werd in dat werk ergens betoogd dat de astrologie niet in strijd is met de wetenschap, maar dat de wetenschap de werking van astrologie misschien langzaamaan steeds verder zou kunnen gaan ontrafelen. Blijkbaar werd dit vak, dat weliswaar buiten de geaccepteerde wetenschap stond, verdedigd door op het oog weldenkende mensen. Zoiets mòest uiteraard wel mijn aandacht trekken, en ik besloot als proef op de som mijn eigen horoscoop te gaan berekenen. Tot mijn verbazing was uit de beschrijvingen in Else Parker een zeer duidelijk beeld te smeden van heel wat eigenaardigheden die ik tot dan toe echt als “van mijzelf” had beschouwd. Vanaf dat moment heeft de astrologie een aparte plaats in mijn leven ingenomen. Ik ging er dus vanuit dat de astrologie een vak moest zijn waarvoor via de weg van de wetenschap misschien nog geen ondersteuning kon worden gevonden, maar dat degenen die zich met alleen dat feit in handen tegen de astrologie keerden, geen helder wetenschappelijk standpunt innamen. Naar mijn idee moest het mogelijk zijn op basis van een wetenschappelijke houding een meer omvattend beeld van de wereld te ontwikkelen waaruit de werking van de astrologie als vanzelfsprekend zou voort- vloeien.

Later ontdekte ik dat er nog meer vormen van “pseudo-wetenschap” waren. Ik experimenteerde met allerlei zogeheten paranormale disciplines zoals psychometrie, helderziendheid, tarot, pendelen, maar geen van deze bleef mij zo intrigeren als de astrologie. Ik maakte veel horoscopen en las boeken over het onderwerp, tot ik op een gebied kwam waar ik meer van de achtergrond van al deze zaken terugvond. Ik stuitte op Blavatsky’s De geheime leer en zag dat dat boek op een heel andere manier over de pseudo-wetenschappen sprak dan de werken die ik tot dan toe had gelezen. Hier was voor het eerst sprake van theorievorming, onafhankelijk van de wetenschap, en niet op een manier die onmiddellijk als ondeugdelijk was te doorzien. Niet alles in Blavatsky’s boek leek mij even geloofwaardig, en er werd zeker niet een volledige theorie gepresenteerd, maar ik kon mij herkennen in het centrale idee van het werk dat er een wereldbeeld kon zijn waarin de astrologie en andere pseudo- wetenschappen een plaats hadden. Haar werk kent een rijkdom aan verwijzingen naar deze uitingen en er opende zich voor mij een nieuwe wereld, de wereld van de esoterie.

Psychologische astrologie van Th.J.J. Ram had ik al vroeg gelezen, en ik had wel het idee dat er meer achter dit boek school dan wat direct in de tekst te lezen stond. Dat er ook nog een organisatie bestond waar met Ram’s systematiek werd gewerkt wist ik pas veel later. Ik had gemerkt dat het mij ook na een heel aantal jaartjes geboortehoroscopen maken niet goed lukte om een zogenaamd levend totaalbeeld van een persoon te krijgen. De behoefte om het duiden gestructureerd aan te pakken leidde mij naar de Astrologische Basiscursus. Tussen het associatieve duiden door combineren van beschrijvingen uit boeken, en gestructureerd duiden via een methodiek met achterliggend psychologisch model, ligt een moeilijk begaanbaar terrein.

Ik ontdekte ook dat, voordat we kunnen komen tot een systematische aanpak, we door de ervaring heen moeten, dat er meerdere duidingssystemen bestaan: verschillende technieken, bijvoorbeeld huizensystemen, en zelfs verschillende interpretaties van dezelfde technieken, bijvoorbeeld de Maan als gevoel of als denken. Hierin moeten we bewust gaan kiezen welke technieken we gaan hanteren. De ontgoocheling van een geboortetijd die achteraf onjuist blijkt te zijn, een vergissing of een fout in een berekening kan soms ook deel uitmaken van het proces waarin we met wat meer afstand gaan kijken naar ons werk als astroloog, zeker wanneer zoiets gebeurt “in vivo” met een cliënt. Niet ons honorarium of de inrichting van onze praktijkruimte, maar dit proces van objectivering maakt ons gaandeweg tot een meer professionele astroloog.

Naarmate de planeetkrachten meer voor ons gaan leven, gaan we in onze omgeving de werking van deze krachten herkennen, en we kunnen dan ook in het dagelijks leven gaan ingrijpen in de krachtendynamiek die we waarnemen. Kennis van onze eigen persoonlijkheidsstructuur met zijn specifieke mogelijkheden gaat dan spelen. De krachten die eerst onze persoonlijkheid bepalen, worden dan tot werktuigen waarmee we ons zelf kunnen uitdrukken, niet alleen in dienst van onze cliënten, maar in dienst van datgene in ons, dat ons eigen krachtenveld ontstijgt. ■

PDF